Belga, 5 mei 2010: Adoptieouders zoeken hulpverlening vaak bij elkaar PDF Afdrukken E-mail

Adoptieouders organiseren zich graag onder elkaar om zo onder gelijken te kunnen praten over hun ervaringen. Op die manier moeten ze zich niet telkens verantwoorden en leren ze van elkaar. Dat blijkt uit een focusgroepenonderzoek van de Gentse universiteit in opdracht van Steunpunt Nazorg Adoptie, dat woensdagnamiddag werd voorgesteld in Gent.
Daarnaast blijkt er een tekort aan nazorg te zijn in de reguliere hulpverlening, zoals artsen, CLB of Kind en Gezin. “De problemen beginnen soms echter al bij het inschrijven van het kind in het stadhuis. Men moet alerter omgaan met de specificiteit van adoptie”, zegt professor Michel Vandenbrouck. Een andere conclusie uit het onderzoek is dat de bestaande hulpverleningsdiensten rond adoptie vaak onvoldoende gekend zijn. Ook blijkt de zoektocht van adoptieouders van special needs kinderen naar gespecialiseerde hulpverlening vaak heel lang. “Er is veel meer vraag dan aanbod en dat probleem zal groter worden omdat het aandeel van zulke kinderen in het aantal adopties almaar toeneemt”, aldus professor Ann Buysse. Ook pleiten de ouders ervoor om bij de adoptiediensten een scheiding te maken tussen de zogenaamde rapportageplicht en de emotionele ondersteuning. “Aan de ene kant controleert een adoptiedienst je om die informatierapporten naar de herkomstlanden op te stellen. Maar langs de andere kant is het ook de dienst waar je naar toe moet om open te praten over je problemen”, aldus Vandenbrouck.